HOMENOPHADRAINSYSTEMENDESIGN PORTAALPRODUCTENPARTNERSCONTACTDOWNLOADS
Bestel nu online kantopsluitingen
www.greenlinershop.nl

Als verharding zonder natuurlijke ondergrond (op daken/dekken) wordt meestal geen gesloten verharding (bijvoorbeeld asfalt of beton) maar een open elementenverharding aangebracht op een ongebonden
ondergrond van stortmateriaal.
De voornaamste redenen hiervoor zijn:

  • toegankelijkheid van de dakconstructie en het dakbedekkingsysteem;
  • continuïteit van het straat- en/of omgevingsbeeld;
  • bescherming van de onderliggende dakconstructie en het dakbedekkingsysteem tegen permanente, veranderlijke en dynamische belastingen door een juiste spreiding van deze belastingen.

Een elementenverharding is een verharding die waterdoorlatend is en bestaat uit geprefabriceerde elementen, zoals bijvoorbeeld betonstraatstenen, straatklinkers, (groot formaat) betontegels, natuurstenen, etc. Elementenverhardingen worden met name toegepast waar met lage snelheden wordt gereden en/of hoge contactafdrukken zijn te verwachten.

Hemelwater dient zo veel mogelijk over het oppervlak van de elementenverharding te worden afgevoerd om indringing van vocht in de straat- en funderingslaag te beperken. Hiertoe wordt de open verharding zo gesloten mogelijk en onder afschot aangelegd.

Begaanbare elementenverhardingen dienen in de regel onder een afschot van minimaal 2% te worden aangelegd. Bij berijdbare elementenverhardingen daarentegen wordt een minimaal afschot van 2,5% gehanteerd in verband met de optredende belastingen. Dit afschot wordt gecreëerd in de dakconstructie of in de funderingslaag.

Bij een elementenverharding met gesloten elementen (bijvoorbeeld betonstraatstenen, straatklinkers, etc.) moet bij nieuw aangelegde verhardingen die nog niet goed zijn ingereden en bij verhardingen die onder onvoldoende afschot zijn aangelegd rekening worden gehouden met een infiltratie in de onderliggende lagen van 30-40% van de hoeveelheid neerslag.

Afhankelijk van de gekozen verharding wordt een minimaal afschot geadviseerd bij:
• betonplaten – natuursteenplaten 2,0%
• betonstraatstenen – straatklinkers 2,5%
• natuurstenen 3,0%
• asfalt 2,5%
• open elementenverharding (grastegels) 1,0%
• halfverhardingen 2,0%

De maatvastheid van een element is van invloed op de voegwijdte. De voegwijdte is bepalend voor de krachtsoverdracht tussen de elementen en dus de mate waarin de elementen met elkaar samenwerken. In de afweging tussen betonstraatstenen en gebakken kleistenen (straatklinkers) kan als vuistregel worden aangehouden om voor eenzelfde belastingsklasse met straatklinkers een 5 mm dikkere steen toe te passen. Men dient daarbij echter wel een groter percentage steenbreuk te accepteren. In verband met geringe stroefheid en maatvastheid is het gebruik van natuursteen bij berijdbare verhardingen niet aan te bevelen.

Belangrijk bij het dimensioneren van een elementenverharding is het beperken van de permanente vervorming van de verharding (spoorvorming). Gezien de geringe belastingen kunnen voor begaanbare verhardingen in principe elk van de hiervoor genoemde elementen worden gebruikt. Dit is anders bij een berijdbare elementenverharding die meer dan incidenteel wordt belast.

Bij berijdbare elementenverhardingen dient de verkeersbelasting te worden opgenomen door de wrijving tussen de elementen en de haakweerstand, c.q. afschuifweerstand in de daaronder aangebrachte stortmaterialen. Meestal wordt bij de aanleg van een berijdbare elementenverharding als verhardingselement gekozen voor een betonstraatsteen, profielsteen (bijvoorbeeld in H-vorm) of groot formaat betontegel.